ECLI:NL:GHARL:2013:9721
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- A.A. van Rossum
- D.J. Buijs
- A.E.B. ter Heide
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd na overgang onderneming
Na de verkoop van de activa van een onderneming trad de bestuurder en 50% aandeelhouder, hierna werknemer, op basis van een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (drie jaar) in dienst bij de koper. De werknemer stelde dat ondanks de tekst van de overeenkomst sprake was van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd of dat opzegging nodig was ingevolge artikel 7:667 lid 4 en Pro 5 BW.
De kantonrechter had eerder geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst stilzwijgend was beëindigd en een nieuwe overeenkomst voor bepaalde tijd was gesloten, waardoor opzegging vereist was en de arbeidsovereenkomst doorliep. Het hof oordeelde echter dat de arbeidsovereenkomsten inhoudelijk te verschillend waren om van voortzetting te spreken, onder meer omdat de werknemer bij de koper geen leidinggevende functie had.
De schriftelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd had dwingende bewijskracht en het tegenbewijs van de werknemer was onvoldoende. De vorderingen tot wedertewerkstelling en loonbetaling werden afgewezen, het eerdere vonnis vernietigd en de werknemer veroordeeld tot terugbetaling van reeds ontvangen bedragen. Tevens werd hij veroordeeld in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is geëindigd en de vorderingen van de werknemer worden afgewezen.