In deze zaak is appellante in eerste aanleg toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft deze regeling tussentijds beëindigd omdat appellante een nieuwe schuld van €48.315,63 bij de gemeente Almelo had laten ontstaan en niet had voldaan aan haar informatieplicht.
Appellante voerde aan dat zij een zieke bekende in haar woning had verzorgd zonder dat sprake was van samenwoning en dat zij daarom de situatie niet had gemeld aan de bewindvoerder of gemeente. De gemeente had echter een onherroepelijk terugvorderingsbesluit genomen vanwege niet gemelde samenwoning, waardoor een nieuwe schuld was ontstaan.
Het hof oordeelde dat appellante de informatieplicht had geschonden door het verblijf van de bekende niet te melden en dat het ontstaan van de nieuwe schuld haar te verwijten viel. De argumenten van appellante en de beschermingsbewindvoerder konden het oordeel niet wijzigen. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank dat de schuldsaneringsregeling tussentijds werd beëindigd.