Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: de man,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Nederland inzake de vaststelling van kinderalimentatie na het beëindigen van de relatie tussen de man en de vrouw. Uit de relatie is een minderjarig kind geboren waarop beiden gezamenlijk gezag uitoefenen. De rechtbank had eerder een bijdrage van €500 per maand vastgesteld, waartegen de man in hoger beroep is gekomen.
Tijdens de procedure is overeenstemming bereikt over een deel van het geschil, met name een betaling van €600 voor de periode 1 juni 2012 tot 1 juni 2013. Het resterende geschil betreft de bijdrage vanaf 1 juni 2013. Het hof heeft de draagkracht van de man berekend op basis van zijn bruto-inkomen en de geldende alimentatienormen, rekening houdend met belastingen en heffingskortingen. De draagkracht van de vrouw is vastgesteld op een minimale bijdrage van €25.
De behoefte van het kind is vastgesteld op €225 per maand, verminderd met het kindgebonden budget van €44, waardoor de netto behoefte €181 bedraagt. Na toepassing van de draagkrachtvergelijking en een zorgkorting van 15% komt het hof tot een maandelijkse bijdrage van €135 voor de man. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het hof bepaalt de alimentatie conform deze berekening. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 juni 2013 €135 per maand betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind.