ECLI:NL:GHARL:2013:BY8765
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- I.A. Katz-Soeterboek
- G.P.M. van den Dungen
- B.J. Lenselink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake kredietovereenkomst en substantiëringsplicht bank
In deze civiele zaak vordert de bank betaling van een openstaand kredietbedrag van € 1.826,70 plus rente van een kredietnemer die meer dan twee maanden achterstallig was in de betaling van maandtermijnen. De bank stelde dat zij het krediet op een betaalrekening met een kredietlimiet van € 1.000,- had verstrekt en dat de kredietnemer nalatig was gebleven ondanks ingebrekestellingen.
De kantonrechter wees de vordering af wegens onvoldoende onderbouwing door de bank, die slechts de kredietovereenkomst en algemene voorwaarden had overgelegd, maar niet de aanvullende bewijsstukken zoals betalings- en renteoverzichten. De bank ging hiertegen in hoger beroep en bracht aanvullende stukken in, waaronder brieven, transactieoverzichten en rekeningafschriften.
Het hof oordeelde dat de bank haar vordering schriftelijk en gemotiveerd moet onderbouwen en dat de stukken tot dan toe onvoldoende waren om de hoogte van de vordering te staven. Het hof verwees de zaak naar een roldatum om de bank in de gelegenheid te stellen een nadere berekening met volledig transactieoverzicht en rekeningafschrift over te leggen. De verdere beslissing werd aangehouden. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2013.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan en verwijst deze naar een roldatum voor nadere bewijslevering door de bank.