ECLI:NL:GHARL:2013:BY9408
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geschil over honorariumovereenkomst en bewijslevering tussen advocaat en cliënt
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of tussen appellant en geïntimeerde een honorariumovereenkomst is gesloten op basis van een vast bedrag of een uurtarief. De advocaat, geïntimeerde, stelde dat zij een overeenkomst had gesloten met appellant waarbij zij werkzaamheden op basis van een uurtarief van €195 per uur zou declareren. Deze overeenkomst was vastgelegd in een brief en factuur van 4 oktober 2010, die appellant in het Huis van Bewaring heeft ontvangen en voldaan.
Appellant betwistte dat sprake was van een uurtarief en stelde dat een vaste som was overeengekomen. Het hof oordeelde dat de bewijslast voor de inhoud van de overeenkomst bij geïntimeerde ligt en dat zij voorshands in haar bewijs is geslaagd door de opdrachtbevestiging en factuur over te leggen. Het hof acht aannemelijk dat appellant de brief met de factuur heeft ontvangen, waardoor de overeenkomst op basis van een uurtarief geldt, behoudens tegenbewijs.
Appellant kreeg de gelegenheid om tegenbewijs te leveren, ook door middel van getuigenverhoor, dat op een nader te bepalen datum zal plaatsvinden. Een grief van appellant dat de factuur door de Raad van Toezicht had moeten worden begroten, werd verworpen omdat deze procedure niet geldt voor strafzaken. De verdere beslissing wordt aangehouden in afwachting van de bewijslevering.
Uitkomst: Het hof staat toe dat appellant tegenbewijs levert tegen de uurtariefovereenkomst en houdt verdere beslissing aan.