ECLI:NL:GHARL:2013:BY9745
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing hernieuwd verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens termijnoverschrijding
Appellant was van 20 oktober 2003 tot 17 november 2005 toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, die tussentijds werd beëindigd omdat hij niet te goeder trouw handelde door het niet volledig informeren van de rechtbank over een schuld aan Visa. In 2012 verzocht appellant opnieuw om toelating tot de regeling, maar de rechtbank wees dit af omdat minder dan tien jaar was verstreken sinds de vorige regeling en de uitzonderingsgronden niet van toepassing waren.
Appellant voerde aan dat de toepassing van artikel 288 lid 2 sub d Faillissementswet Pro de termijn van vijf jaar feitelijk verlengt tot tien jaar, wat volgens hem niet de bedoeling van de wetgever was. Het hof stelt echter vast dat de tussentijdse beëindiging in 2005 was gebaseerd op artikel 350 Faillissementswet Pro en dat de wetswijziging van 2008 bewust een termijn van tien jaar hanteert voor hernieuwde toelating.
Het hof benadrukt het imperatieve karakter van artikel 288 lid 2 sub d Faillissementswet Pro en oordeelt dat er geen ruimte is voor een andere beslissing dan afwijzing van het verzoek. De hardheidsclausule kan in dit geval niet worden toegepast. Daarom wordt het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het hernieuwde verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling afwijst vanwege het imperatieve karakter van artikel 288 lid 2 sub d Faillissementswet.