ECLI:NL:GHARL:2013:BY9976
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen toewijzing relatie- en concurrentiebeding in kort geding afgewezen
Mondzorg verkocht een tandartsenpraktijk aan appellante met een relatie- en concurrentiebeding van twee respectievelijk drie jaar. Mondzorg vorderde in kort geding dat appellante een nadere overeenkomst zou tekenen waarin het beding zou worden beperkt tot 31 december 2011. De voorzieningenrechter wees deze vordering toe.
Appellante stelde hoger beroep in en voerde aan dat er onvoldoende spoedeisend belang was en dat het kort geding niet geschikt was voor een declaratoire uitspraak over de nadere overeenkomst. Het hof oordeelde dat de vordering inderdaad een declaratoir karakter had en dat de voorzieningenrechter de bewijslastverdeling had miskend.
De verklaringen over de vermeende overeenstemming op 7 september 2011 waren tegenstrijdig en boden onvoldoende bewijs dat appellante had ingestemd met een verkorting van het beding. Het hof vernietigde het vonnis en wees de vorderingen af, waarbij Mondzorg werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vorderingen van Mondzorg af wegens onvoldoende bewijs voor een nadere overeenkomst.