ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0359
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling concurrentie na overdracht onderneming en onrechtmatig handelen
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of Amba Holding en aanverwante partijen toerekenbaar tekort waren geschoten in de nakoming van een overeenkomst betreffende de overdracht van Brands & Barters, dan wel onrechtmatig hadden gehandeld door een concurrerend concept te ontwikkelen en klanten te benaderen.
De samenwerking tussen partijen eindigde formeel per 1 januari 2008, waarbij Amba Holding de activa, passiva en medewerkers overnam. [Appellante] stelde dat Amba Holding en haar verbonden partijen onrechtmatig handelden door het op de markt brengen van een concurrerend productconcept, Little Diva, en het benaderen van klanten en leveranciers, wat de goodwill en het bedrijfsdebiet van [appellante] ernstig zou schaden.
Het hof oordeelde dat uit de overeenkomst bleek dat Amba Holding niet gebonden was aan een non-concurrentiebeding en dat onvoldoende was onderbouwd dat sprake was van substantiële en stelselmatige afbraak van het bedrijfsdebiet van [appellante]. Ook was er circa 2,5 jaar geen sprake van concurrentie. De grieven van [appellante] werden verworpen en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, met veroordeling van [appellante] in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat geen toerekenbare tekortkoming of onrechtmatig handelen is vastgesteld en veroordeelt appellante in de kosten.