ECLI:NL:GHARL:2013:BZ1012
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- H.J. Deuring
- G. Dam
- G.M. Meijer-Campfens
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte betrokkenheid geweld en dood Redmar Smedema in Club Q
In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden is verdachte vrijgesproken van het opzettelijk deelnemen aan een aanval of vechterij en het openlijk in vereniging plegen van geweld tegen Redmar Smedema in Club Q te Noardburgum. Het hof oordeelt dat het wild springen, dansen en beuken op de dansvloer niet als geweld kan worden aangemerkt en dat er geen sprake was van een aanval of vechterij.
De bewijsvoering, waaronder getuigenverklaringen, was onvoldoende overtuigend om vast te stellen dat verdachte of zijn medeverdachten geweld hebben gebruikt tegen Smedema. Met name de herkenning van medeverdachte [persoon 1] als dader van een klap werd door het hof verworpen vanwege twijfelachtige betrouwbaarheid. Ook kon niet worden bewezen dat verdachte een wezenlijke bijdrage aan het geweld had geleverd.
De officier van justitie had een werkstraf en jeugddetentie gevorderd, maar het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij. Tevens werd de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding afgewezen omdat de schuld van verdachte niet kon worden vastgesteld.
Het hof verwierp ook het verweer van de verdediging dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard moest worden wegens schending van het gelijkheidsbeginsel, omdat het OM naar het oordeel van het hof op redelijke gronden tot vervolging van verdachte was overgegaan.
De uitspraak benadrukt dat het strafrechtelijke begrip aanval of vechterij vereist eenheid van tijd en plaats en daadwerkelijke deelname aan geweld, wat in deze zaak ontbrak.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van deelname aan geweld en aanval die tot de dood van Redmar Smedema leidde.