ECLI:NL:GHARL:2013:BZ1017
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- H.J. Deuring
- G. Dam
- G.M. Meijer-Campfens
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte betrokkenheid geweld en dood in Club Q Noardburgum
In de zaak betreffende de vechtpartij in Club Q te Noardburgum werd verdachte in hoger beroep vrijgesproken van het opzettelijk deelnemen aan een aanval of vechterij en het openlijk in vereniging plegen van geweld tegen Redmar Smedema. Het hof oordeelde dat het wild springen, dansen of beuken niet als geweld kan worden aangemerkt en dat er geen bewijs was dat verdachte of zijn medeverdachten daadwerkelijk geweld hebben gebruikt tegen het slachtoffer.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie het gelijkheidsbeginsel schond door slechts tegen verdachte en zijn medeverdachten te vervolgen, terwijl ook anderen betrokken waren bij de incidenten. Het hof verwierp dit verweer, stellende dat het OM op grond van het opportuniteitsbeginsel vrij is in vervolgingsbeslissingen en dat er geen sprake was van willekeur.
Het bewijs, waaronder getuigenverklaringen, was wisselend en tegenstrijdig, met name de herkenning van medeverdachte [persoon 1] als dader werd door het hof niet betrouwbaar geacht. Er kon niet worden vastgesteld wie het slachtoffer had geslagen of geschopt. Het hof concludeerde dat er geen sprake was van een aanval of vechterij en sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen wegens het ontbreken van schuld van verdachte.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs van betrokkenheid bij geweld en dood van het slachtoffer.