ECLI:NL:GHARL:2013:BZ2050
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Immateriële en materiële schadevergoeding na onrechtmatige inval door FIOD
Het geschil betreft een onrechtmatige inval door de FIOD in de woning van appellanten zonder geldige machtiging, waarbij schade aan deuren en kozijnen ontstond en de veiligheid en integriteit van de bewoners ernstig werd aangetast.
Appellanten vorderden schadevergoeding voor materiële schade, waaronder gederfde huurinkomsten en misgelopen omzet door het afhaken van een keukenleverancier, alsmede immateriële schade wegens schending van hun huisrecht en PTSS-klachten.
Het hof oordeelde dat de Staat aansprakelijk is voor de onrechtmatige inbreuk en kende een immateriële schadevergoeding van €4.500 toe. De vordering voor PTSS werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Materiële schade werd deels toegewezen: €1.838,55 voor herstel van schade, €4.500 voor gederfde huurinkomsten over zes maanden en €6.000 wegens opzegging van een huurovereenkomst.
De primaire vordering voor inkomensschade uit de misgelopen keukenverkoop werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs. Ook de vordering voor buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Almelo met verbeterde gronden en veroordeelde de Staat in de proceskosten.
Uitkomst: De Staat is aansprakelijk voor onrechtmatige inval en moet een immateriële schadevergoeding van €4.500 en materiële schade deels vergoeden, terwijl overige vorderingen worden afgewezen.