ECLI:NL:GHARL:2013:BZ2602
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goed vertrouwen bij schulden ontstaan door offers in Afrika
Appellanten [A] en [B], gehuwd in gemeenschap van goederen, hadden een totale schuldenlast van ruim € 323.000. Zij verzochten om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank Almelo wees dit verzoek af, waarna zij in hoger beroep gingen.
Het hof oordeelde dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij te goeder trouw waren bij het ontstaan van hun schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Een deel van de schulden was ontstaan door betalingen van circa € 70.000 aan een persoon in Afrika voor het offeren van dieren om onheil te voorkomen, hetgeen slechts deels met bankafschriften werd onderbouwd en verder steunde op de verklaring van [A]. Daarnaast was er een lening van € 39.500 afgesloten terwijl reeds grote financiële verplichtingen bestonden.
Hoewel appellanten inmiddels budgetbeheer toepassen en gestelde betalingen naar Afrika zijn gestopt, achtte het hof het nog te vroeg om te concluderen dat zij de omstandigheden die tot de schulden leidden onder controle hadden gekregen. Het hoger beroep werd daarom verworpen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank Almelo wordt bekrachtigd, waardoor het verzoek tot schuldsaneringsregeling wordt geweigerd.