ECLI:NL:GHARL:2013:BZ2821
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- P.H. van Ginkel
- A.W. Steeg
- H.L. Wattel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen verlenging faillissementsgijzeling en schorsing onder voorwaarden
Appellant is in staat van faillissement verklaard en sinds oktober 2012 in verzekerde bewaring gesteld op grond van artikel 87 Faillissementswet Pro vanwege onvoldoende medewerking aan zijn inlichtingenplicht. De curator heeft nog steeds onvoldoende inzicht in financiële transacties, waaronder een bedrag van €1.500.000,- op een Zwitserse bankrekening, en vermoedt dat appellant een structuur van onjuiste inlichtingen in stand houdt.
Appellant verzet zich tegen de verlenging van de inbewaringstelling en verzoekt primair afwijzing, subsidiair schorsing of ondergaan van de gijzeling in zijn woning. Het hof overweegt dat schorsing van de inbewaringstelling mogelijk is, analoog aan voorlopige hechtenis, mits onder voorwaarden die de curator in staat stellen zijn taken te vervullen.
Het hof constateert dat de curator voldoende tijd heeft gehad om documenten veilig te stellen, maar nog steeds uitleg nodig heeft van appellant. Gezien het belang van de bescherming van de boedel en het risico van tegenwerking, is het pressiemiddel van de gijzeling noodzakelijk en effectief. Het hof beveelt daarom voortzetting van de inbewaringstelling tot 12 maart 2013, maar formuleert voorwaarden voor mogelijke schorsing, waaronder het stellen van een bankgarantie en medewerking aan de curator.
De beslissing vernietigt de beschikking van de rechtbank Utrecht van 8 februari 2013 en bepaalt dat de inbewaringstelling zal voortduren tot en met 12 maart 2013. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging tussen het recht op persoonlijke vrijheid en de noodzaak van het dwangmiddel tegen plichtsverzuim.
Uitkomst: De inbewaringstelling van appellant wordt verlengd tot en met 12 maart 2013 met mogelijkheid tot schorsing onder voorwaarden.