ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4274
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw zijn van schuldenaar
In deze zaak stond de tussentijdse beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling van [X] centraal. De rechtbank had eerder geoordeeld dat [X] niet tekort was geschoten in haar verplichtingen en dat zij te goeder trouw was. Appellanten, waaronder een schuldeiser en de Rabobank, stelden echter dat [X] in de vijf jaar voorafgaand aan de toelating tot de regeling ruime inkomsten had genoten en luxe uitgaven had gedaan, zonder haar schulden af te lossen.
Het hof onderzocht de bankafschriften en constateerde aanzienlijke luxe-uitgaven van [X], zoals vakanties naar Tunesië en Moskou, aankopen bij luxe winkels en deelname aan loterijen, terwijl zij slechts sporadisch betalingen verrichtte aan schuldeisers. Tevens bleek dat zij een bedrag van € 25.000,- had ontvangen voor de verkoop van haar label, maar geen inzicht gaf in de besteding daarvan. Dit leidde tot de conclusie dat zij niet te goeder trouw was bij het onbetaald laten van haar schulden.
Gezien deze feiten oordeelde het hof dat de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 350 lid 3 sub f Faillissementswet Pro tussentijds moet worden beëindigd. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor het vaststellen van het salaris van de bewindvoerder en de benoeming van een curator in het faillissement van [X].
Uitkomst: De schuldsaneringsregeling van [X] wordt beëindigd wegens niet te goeder trouw zijn bij het onbetaald laten van schulden.