ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4797
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling voorlopige omgangsregeling tussen vader en dochter na verstoorde relatie
De man en vrouw zijn gescheiden en hebben een dochter die in 2009 is geboren. De vader erkende het kind in 2011 en had sindsdien omgang, die stopgezet werd door de moeder in september 2012 na verhuizing naar Friesland.
De vader verzocht de voorzieningenrechter om een omgangsregeling vast te stellen, welke werd afgewezen. In hoger beroep klaagt de vader over deze afwijzing en benadrukt het belang van omgang voor de ontwikkeling van het kind.
De moeder stelt dat er sprake is van een ernstig verstoorde relatie, met beschuldigingen van mishandeling en bedreiging door de vader, wat spanningen en negatieve effecten op het kind veroorzaakt.
Het hof erkent het belang van contact met beide ouders maar constateert ook de gespannen situatie en mogelijke risico's voor het kind. Daarom beveelt het hof een comparitie aan om de situatie te bespreken en een oplossing te zoeken, waarbij rekening wordt gehouden met het belang van het kind.
De beslissing tot vaststelling van de omgangsregeling wordt aangehouden en een datum voor de comparitie vastgesteld.
Uitkomst: Het hof gelast een comparitie en houdt verdere beslissing aan om een passende omgangsregeling te beproeven.