ECLI:NL:GHARL:2013:BZ5450
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- E.B. Knottnerus
- A.A. van Rossum
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Toepassing en uitleg van cao-salarisgarantie tijdens opleiding verzorgende-IG
In deze zaak stond de uitleg en toepasselijkheid van artikel 3.2.2 lid 1 van de cao Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT) centraal. Appellante volgde de opleiding verzorgende-IG en vorderde dat haar salaris tijdens deze periode gebaseerd werd op de salarisschaal van haar laatst uitgeoefende functie, ondanks een uitbreiding van haar deeltijdfactor. Charim, haar werkgever, betwistte dit en stelde dat het artikel slechts een salarisgarantie biedt, niet een uurloongarantie.
Het hof overwoog dat het incorporatiebeding in de arbeidsovereenkomst de cao-bepalingen integraal van toepassing maakt. De uitleg van artikel 3.2.2 lid 1 moet objectief worden bepaald aan de hand van de bewoordingen en de context van de cao. Het begrip “behoudt” impliceert dat de werknemer het salaris behoudt dat hoort bij de salarisschaal van de laatst uitgeoefende functie, waarbij de arbeidsduur geen rol speelt in de vaststelling van het salaris.
De stelling van Charim dat de uitleg van appellante nadelig zou zijn voor bepaalde leerlingen, werd verworpen. Het hof vond de uitleg van appellante in lijn met de doelstelling van het artikel, namelijk het stimuleren van het volgen van opleidingen zonder financiële achteruitgang. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter dat appellante recht gaf op een bruto bedrag van € 7.379,44 inclusief vakantietoeslag en eindejaarsuitkering, met een wettelijke verhoging van 10% en wettelijke rente. Het incidenteel hoger beroep van appellante werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat appellante recht geeft op het salaris van haar laatst uitgeoefende functie gedurende de opleidingsperiode, met toewijzing van loonvordering en kosten.