ECLI:NL:GHARL:2013:BZ5552
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Uitleg van beding in aandelenovereenkomst met toepassing van Haviltex-maatstaf en redelijkheid en billijkheid
Amville verkocht haar aandelen in [Y] Pharma aan Belpharma, waarbij in de overeenkomst een beding was opgenomen over een lopende procedure tussen [Y] en Chauvin. Dit beding bepaalde dat bij een gunstige uitkomst van de procedure of een schikking, Amville recht zou hebben op een deel van het ontvangen bedrag.
De procedure tussen [Y] en Chauvin leidde tot een tussenvonnis waarin aansprakelijkheid werd vastgesteld en een deskundige de schade berekende. Partijen bereikten vervolgens een schikking waarbij Chauvin een bedrag betaalde aan [Y]. Amville vorderde daarop de helft van dit schikkingsbedrag van Belpharma, die slechts het forfaitaire bedrag van 2 miljoen Belgische frank wilde betalen.
Het hof oordeelt dat de uitleg van het beding niet beperkt kan worden tot een taalkundige interpretatie, maar dat ook de redelijkheid en billijkheid een rol spelen. De situatie waarbij een regeling wordt getroffen na vaststelling van aansprakelijkheid en schade, moet gelijk worden gesteld aan de situatie dat de claim is toegestaan. Belpharma kon niet aantonen dat zij de regeling zonder medeweten van Amville kon treffen en dat Amville slechts recht had op het forfaitaire bedrag.
Het hoger beroep van Belpharma faalt, het vonnis van de rechtbank Utrecht wordt bekrachtigd en Belpharma wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep van Belpharma wordt verworpen en het vonnis van de rechtbank Utrecht wordt bekrachtigd.