ECLI:NL:GHARL:2013:BZ5584
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging gesloten uithuisplaatsing minderjarige wegens ernstige opvoedingsproblemen
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 19 maart 2013 de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland bekrachtigd waarbij de machtiging tot gesloten uithuisplaatsing van een minderjarige werd verlengd. De minderjarige, geboren in 1996, vertoont ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die haar ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren. De gesloten plaatsing is noodzakelijk om te voorkomen dat zij zich aan de noodzakelijke zorg onttrekt.
De gedragswetenschapper heeft een verklaring afgegeven waarin wordt vastgesteld dat de situatie van de minderjarige een gesloten plaatsing rechtvaardigt, hoewel zij zich niet uitlaat over de duur van het verblijf. De rechtbank had de machtiging verlengd tot 5 april 2013, mede gebaseerd op een indicatiebesluit met een geldigheidsduur van twaalf maanden en een observatieperiode van zes weken.
De minderjarige stelde dat de machtiging niet had mogen worden verlengd omdat de gedragswetenschapper niet instemde met een verblijf langer dan zes weken. Dit verweer werd verworpen omdat de wet niet vereist dat de gedragswetenschapper zich uitspreekt over de duur van de machtiging. Het hof vond dat de rechtbank de machtiging op goede gronden had verlengd en dat het belang van de minderjarige bij voortzetting van de gesloten plaatsing zwaarder woog.
De zaak wordt verder aangehouden tot een volgende zitting op 27 maart 2013, waarin de observatieperiode zal zijn afgerond en een definitief behandelplan zal worden besproken. Het hof benadrukt dat de noodzaak van verlenging dan opnieuw zal worden beoordeeld.
Uitkomst: De machtiging tot gesloten uithuisplaatsing van de minderjarige wordt bekrachtigd en verlengd tot 5 april 2013.