ECLI:NL:GHARL:2013:BZ6018
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- M.L.H.E. Roessingh-Bakels
- A.G. Coumans
- P.L.M. van Gorkom
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in hoger beroep wegens onvoldoende bewijs doodslag peuter
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor de dood van een bijna driejarige peuter, waarbij hem doodslag dan wel zware mishandeling met de dood tot gevolg werd tenlastegelegd. Na een uitgebreid opsporings- en forensisch onderzoek, inclusief reconstructies en deskundigenverhoren, heeft het hof het vonnis van de rechtbank Almelo vernietigd en verdachte vrijgesproken.
Het hof kon niet met voldoende zekerheid vaststellen wie van de twee verdachten, verdachte of de moeder van het slachtoffer, het geweld heeft toegepast dat tot het overlijden leidde. De verklaringen van beide verdachten verschilden en waren niet doorslaggevend, mede door twijfel over de betrouwbaarheid van de moeder. Het forensisch bewijs bood geen eenduidige bevestiging van een scenario.
Hoewel het hof de uitkomst betreurt gezien de onbestrafte dood van het kind, acht het hof het onaanvaardbaar om een verdachte te veroordelen zonder wettig en overtuigend bewijs. De vrijspraak werd uitgesproken na drie zittingen en uitgebreide motivering, waarbij ook deskundigen van het Nederlands Forensisch Instituut werden gehoord.
De zaak illustreert de hoge bewijsstandaard die geldt bij ernstige strafzaken en het belang van een zorgvuldige afweging van alle bewijsstukken en verklaringen. Het hof benadrukt dat het niet aannemelijker scenario niet het criterium mag zijn voor veroordeling, maar dat overtuiging op basis van wettige bewijsmiddelen vereist is.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs voor doodslag of zware mishandeling met dodelijke afloop.