ECLI:NL:GHARL:2013:BZ6230

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 maart 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
200.069.898/02
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na verschoning raadsheer

Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen mr. Mollema, raadsheer in een civiele procedure bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Na ontvangst van het verzoekschrift en een aanvullend exemplaar, verleende de verschoningskamer op 19 februari 2013 het verzoek van mr. Mollema om zich te verschonen van de zaak.

Verzoekster handhaafde haar wrakingsverzoek ondanks de verschoning en vroeg uitstel om aanvullende vragen te stellen. Uiteindelijk gaf zij aan het wrakingsverzoek te willen handhaven met het doel dat de door mr. Mollema genomen rolbeslissingen niet in stand zouden blijven.

De wrakingskamer oordeelde dat toewijzing van een wrakingsverzoek geen terugwerkende kracht heeft op reeds genomen beslissingen door de gewraakte rechter. Nu mr. Mollema zich had verschoond, had verzoekster geen belang meer bij het wrakingsverzoek en werd zij niet-ontvankelijk verklaard. Een mondelinge behandeling werd achterwege gelaten.

Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar wrakingsverzoek nadat de gewraakte raadsheer zich had verschoond.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
Wrakingskamer
zaaknummer gerechtshof 200.069.898/02
Beschikking van 28 maart 2013
Op het schriftelijke verzoek van:
[verzoekster],
wonende te Almere,
advocaat: mr. S. Mangal, kantoorhoudende te Almere,
verzoeker,
dat strekt tot wraking ingevolge artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van:
mr. K.E. Mollema,
raadsheer in dit hof.
1. Het verloop van de procedure
1.1 Bij de sector civiel van het hof is een procedure aanhangig tussen [verzoekster] als
appellante en Interwerk B.V. als geïntimeerde.
1.2 Op 19 december 2012 is ter griffie van het hof het verzoekschrift van [verzoekster] ontvangen dat strekt tot wraking van mr. Mollema. Op 1 februari 2013 is alsnog een door de advocaat van [verzoekster] ondertekend exemplaar van dit verzoekschrift ter griffie van het hof binnengekomen.
1.3 Bij beschikking van 19 februari 2013 van de verschoningskamer van dit hof is het verzoek van mr. Mollema zich in bovenstaande zaak te mogen verschonen toegewezen.
1.4 Bij faxbericht van 28 februari 2013 heeft [verzoekster] een aantal vragen ter beantwoording aan de wrakingskamer voorgelegd, waarvan de beantwoording haar in staat zou stellen een weloverwogen besluit te nemen over het al dan niet handhaven van haar wrakingsverzoek, en heeft zij uitstel verzocht dat haar ook is verleend.
1.5 Bij brief van mr. Mangal van 18 maart 2013 heeft [verzoekster] uiteindelijk bericht dat het wrakingsverzoek wordt gehandhaafd.
2. De beoordeling van het verzoek
2.1 Uit voormelde brief van mr. Mangal van 18 maart 2013 blijkt dat [verzoekster] haar verzoek tot wraking heeft gehandhaafd omdat zij wil bereiken dat de door mr. Mollema als
rolraadsheer genomen beslissingen niet in stand zullen blijven. Toewijzing van een wrakingsverzoek heeft echter geen effect op in het verleden door de gewraakte rechter genomen (rol)beslissingen. Met een verzoek tot wraking kan slechts worden bereikt dat de zaak niet meer door de gewraakte rechter zal worden behandeld. Nu mr. Mollema zich inmiddels heeft verschoond, heeft [verzoekster] geen belang meer bij haar wrakingsverzoek en is zij in dat verzoek kennelijk niet-ontvankelijk.
2.2 Nu aanstonds duidelijk is dat [verzoekster] op grond van het vorenstaande niet-ontvankelijk is in haar wrakingsverzoek, zal worden afgezien van een mondelinge behandeling van dit verzoek.
2.3 De wrakingskamer zal [verzoekster] niet-ontvankelijk verklaren in haar wrakingsverzoek.
3. De beslissing
Het hof (de wrakingskamer): verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek.
Aldus gegeven door mrs. H.J. Deuring, J.D.S.L. Bosch en M.W. Zandbergen, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2013.