ECLI:NL:GHARL:2013:BZ6289
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot loonbetaling na aangaan payrollovereenkomst bij niet-opgezegde arbeidsovereenkomst
In deze civiele procedure staat centraal of de oorspronkelijke werkgever gehouden blijft tot loonbetaling nadat een payrollovereenkomst met een derde partij is aangegaan. De werknemer had een arbeidsovereenkomst met de oorspronkelijke werkgever, welke volgens de werkgever met wederzijds goedvinden zou zijn beëindigd en vervangen door een payrollovereenkomst met Apollo.
De kantonrechter had de vordering van de werknemer toegewezen omdat de werkgever niet in het bewijs was geslaagd dat de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst was beëindigd. Het hof bevestigt dit oordeel en laat de werkgever toe tot nadere bewijslevering, waaronder het horen van een getuige die zou bevestigen dat de arbeidsovereenkomst bij het in dienst treden bij Apollo werd beëindigd.
Het hof benadrukt dat het bestaan van een payrollovereenkomst niet automatisch betekent dat de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst is geëindigd. Indien de overeenkomst niet is opgezegd, kan de werknemer de oorspronkelijke werkgever aanspreken voor loonaanvulling tot het CAO-niveau voor de dagen dat hij feitelijk voor die werkgever heeft gewerkt.
Verder bespreekt het hof de omvang van de gewerkte dagen, vakantiedagen en toeslagen, waarbij het hof de vordering van de werknemer uitnodigt tot nadere toelichting en aanpassing. De procedure wordt aangehouden voor bewijslevering en nadere procedurele stappen.
Uitkomst: De werkgever blijft gehouden tot loonbetaling voor de dagen dat de werknemer feitelijk voor hem heeft gewerkt, tenzij de arbeidsovereenkomst is beëindigd, waarvoor bewijs wordt toegelaten.