ECLI:NL:GHARL:2013:BZ6568

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
5 april 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
200.123.629/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
  • R. van den Heuvel
  • G. Mintjes
  • R. Prakke-Nieuwenhuizen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 348 SvArt. 350 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters wegens vermeende vooringenomenheid

Verzoekster heeft bij de strafkamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een wrakingsverzoek ingediend tegen de raadsheren Melssen, Abbink en Groothuizen. Zij stelde dat het hof vooringenomen was omdat haar verzoek om een tolk in een andere taal dan Frans werd afgewezen, terwijl zij onvoldoende Frans machtig was om de zitting goed te kunnen volgen.

De strafkamer had het verzoek om een andere tolk gemotiveerd afgewezen, omdat zij de stelling van verzoekster niet aannemelijk achtte. De wrakingskamer heeft deze beslissing als een zuiver processuele beslissing beoordeeld en heeft geen aanwijzingen gevonden voor vooringenomenheid jegens verzoekster of enige andere partij.

De wrakingskamer benadrukte dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn en dat een wraking alleen kan worden toegewezen bij uitzonderlijke omstandigheden met zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid. De door verzoekster gevoelde vrees was niet objectief gerechtvaardigd. Daarom is het wrakingsverzoek afgewezen.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de drie raadsheren is afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.

Uitspraak

Parketnummer: 21-004322-12
WRAKING: nr. 200.123.629/01
Uitspraak d.d.: 5 april 2013
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Locatie Arnhem
Wrakingskamer
Beslissing
gewezen op het verzoek als bedoeld in artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering, gedaan door
[verzoekster]
geboren te [geboorteplaats, 1969],
wonende te [adres].
De procedure
Ter terechtzitting van de strafkamer van 1 maart 2013 is namens verzoekster om wraking verzocht van mrs B.J.J. Melssen, H. Abbink en M.C.J. Groothuizen. De raadsheren Melssen en Abbink hebben blijkens een schriftelijk bericht respectievelijk e-mail niet in de wraking berust en hebben te kennen gegeven niet te willen worden gehoord.
Mr Groothuizen heeft zich niet uitgelaten omtrent het wrakingverzoek en wordt geacht daarin niet te hebben berust. Hij is niet ter zitting van de wrakingskamer verschenen, waaruit wordt afgeleid dat hij geen gebruik wenst te maken van de gelegenheid om te worden gehoord.
De wrakingskamer heeft ter zitting van 22 maart 2013 gehoord de raadsman van verzoekster en de advocaat-generaal, die heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek.
Ontvankelijkheid
De wrakingskamer acht het verzoek tijdig gedaan en ook overigens ontvankelijk.
De gronden van het verzoek tot wraking
Ter onderbouwing van het wrakingsverzoek is het volgende aangevoerd. Ter terechtzitting van 1 maart 2013 werd verzoekster bijgestaan door een tolk in de Franse taal. Tijdens die zitting voerde de raadsman aan dat verzoekster de Franse taal onvoldoende machtig is om goed te kunnen volgen wat er op deze zitting werd besproken. Vervolgens deed hij een aanhoudingsverzoek teneinde een tolk op te roepen in een taal die verzoekster wel begrijpt.
De strafkamer heeft dit verzoek gemotiveerd afgewezen omdat zij - kort gezegd - de stelling van verzoekster dat zij de Franse taal onvoldoende begrijpt en zij niet kon volgen wat er op de terechtzitting werd besproken, niet aannemelijk acht. Uit deze beslissing is bij verzoekster de indruk ontstaan dat het hof vooringenomen is.
De beoordeling van het verzoek tot wraking
Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter staat voorop dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn. Dit lijdt slechts uitzondering indien zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens een verdachte een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij de verzoeker dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
De wrakingskamer begrijpt de beslissing van de strafkamer aldus dat zij geen geloof heeft gehecht aan de stelling van verzoekster dat zij de Franse taal onvoldoende begrijpt en dat ze niet goed kon volgen wat er op de terechtzitting werd besproken.
Dat is een processuele beslissing. De wrakingskamer kan en mag de inhoudelijke juistheid van deze beslissing niet toetsen. De wrakingskamer beantwoordt uitsluitend de vraag of uit deze beslissing, waaronder begrepen de motivering, zwaarwegende aanwijzingen als hiervoor omschreven kunnen worden afgeleid.
Uit (de motivering van) deze beslissing van de strafkamer valt naar het oordeel van de wrakingskamer geen vooringenomenheid af te leiden omtrent schuld of onschuld van verdachte of enig ander op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting te beslissen punt. De beantwoording van de vragen van de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering staat nog open. De door verzoekster gevoelde vrees voor vooringenomenheid is evenmin objectief gerechtvaardigd.
Het wrakingsverzoek moet daarom worden afgewezen.
BESLISSING
Het hof (wrakingskamer):
Wijst het verzoek tot wraking van mrs B.J.J. Melssen, H. Abbink en M.C.J. Groothuizen af.
Aldus gewezen door
mr R. van den Heuvel, voorzitter,
mrs G. Mintjes en R. Prakke-Nieuwenhuizen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr W.B. Kok, griffier,
en op 5 april 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.