ECLI:NL:GHARL:2013:BZ6851
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen leden meervoudige strafkamer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In de strafzaak met parketnummer 24-002444-12 heeft de raadsman van verdachte namens zijn cliënt een wrakingsverzoek ingediend tegen de leden van de meervoudige strafkamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het verzoek richtte zich op vermeende vooringenomenheid van de oudste raadsheer, mede gebaseerd op diens non-verbaal gedrag en opmerkingen tijdens de zitting over een preliminair verweer.
De wrakingskamer heeft het verzoek ontvankelijk verklaard en de gronden van het wrakingsverzoek beoordeeld aan de hand van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, die het recht op een onafhankelijke en onpartijdige rechter waarborgen. De oudste raadsheer en de overige leden van de kamer ontkenden elke vorm van vooringenomenheid.
De raadsman voerde aan dat het gedrag en de uitlatingen van de oudste raadsheer objectief een schijn van vooringenomenheid wekten, mede omdat de andere raadsheren dit niet corrigeerden. De wrakingskamer overwoog dat het subjectieve gevoel van vooringenomenheid onvoldoende is; er moeten objectieve, zwaarwegende aanwijzingen zijn. De kamer concludeerde dat de feiten en omstandigheden onvoldoende grond geven om te vrezen dat de oudste raadsheer of de andere leden van de strafkamer niet onpartijdig zijn.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. De beslissing werd op 11 april 2013 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer bestaande uit voorzitter H.J. Deuring en leden J.J. Beswerda en J.G. Idsardi.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de leden van de meervoudige strafkamer wordt afgewezen wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.