ECLI:NL:GHARL:2013:BZ7371
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek tegen rolraadsheer wegens vermeende vooringenomenheid afgewezen
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. Kuiper, rolraadsheer in een civiele procedure tussen verzoeker en geïntimeerde. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid van mr. Kuiper, gebaseerd op eerdere rolbeslissingen waarbij onder meer een akte niet dienen werd verleend.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en overwogen dat mr. Kuiper geen deel uitmaakt van de meervoudige kamer die de zaak inhoudelijk behandelt en dat gezien de stand van de procedure het niet aannemelijk is dat hij nog als rolraadsheer zal optreden. Tevens werd gewezen op vaste rechtspraak dat aan rolbeslissingen in dezelfde instantie niet snel kan worden teruggekomen.
Omdat verzoeker geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die het belang bij wraking aannemelijk maakten, oordeelde de wrakingskamer dat verzoeker geen belang had bij het wrakingsverzoek. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing werd op 16 april 2013 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Kuiper wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.