ECLI:NL:GHARL:2013:BZ7453
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens overtreding Flora- en Faunawet en valsheid in geschrift door vervalsing en gebruik van pootringen
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld wegens het opzettelijk in voorraad hebben, verkopen en vervoeren van beschermde inheemse vogelsoorten zonder te voldoen aan de wettelijke eisen van de Flora- en Faunawet. Tevens werd bewezen verklaard dat hij pootringen valselijk had vervalst en gebruikt, wat strafbaar is gesteld in artikel 225 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Het hof verwierp de verweren van overmacht en rechtsdwaling, omdat de verdachte onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij aan de wettelijke uitzonderingen voldeed of dat hij op een deugdelijke wijze had gehandeld. De bewijslast lag bij de verdachte om aan te tonen dat de vogels in gevangenschap waren gefokt en correct waren geringd, hetgeen niet was gebeurd.
De strafoplegging bestond uit een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 180 uur, mede vanwege de overschrijding van de redelijke termijn in de procedure. Daarnaast werden inbeslaggenomen vogels en medicijnen aan het verkeer onttrokken of verbeurd verklaard.
De zaak omvatte meerdere feiten met betrekking tot het bezit en de handel in beschermde vogelsoorten, het vervalsen van pootringen en het gebruik daarvan. Het hof achtte het wettelijk systeem zodanig dat een 'nee, tenzij'-regeling geldt, waarbij de verdachte de bewijslast draagt om uitzonderingen aan te tonen. De verdachte had eerder ook al een veroordeling voor soortgelijke feiten op zijn naam staan.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 6 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en 180 uur taakstraf wegens overtreding Flora- en Faunawet en valsheid in geschrift.