3.1 Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is het hof het volgende gebleken.
[appellant sub 1], geboren op [geboortedatum], en [appellant sub 2], geboren op [geboortedatum], zijn in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd. Samen hebben zij twee - thans nog minderjarige - kinderen. [appellant sub 2] heeft drie kinderen uit een eerder huwelijk.
[appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben op 23 juli 2007 de door hen bewoonde huurwoning met een huur van € 750,- per maand van hun (destijds failliet verklaarde) verhuurder gekocht voor
€ 130.000,- (€ 143.776,48 inclusief aankoop- en hypotheekkosten). De taxatiewaarde van deze woning bedroeg € 177.500,- en de executiewaarde € 160.000,-. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben ten behoeve van de financiering van die woning een hypothecaire lening afgesloten bij ING Bank voor € 200.000,-. Met het vrijkomende bedrag hebben zij een aantal bestaande schulden afgelost ten bedrage van € 48.717,36, waaronder een schuld aan ABN AMRO bank ter zake van een flexibel krediet van bijna € 32.000,- (met een aflossingsverplichting van circa € 600,- per maand). Het restant van het te besteden bedrag (ruim € 7.500,-) is volgens de verklaring van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] besteed aan een (nieuwe) verwarmingsketel en aan overige kosten ten behoeve van de woning. Al met al hebben [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hun vóór de aankoop van de woning te betalen maandelijkse last van circa € 1.200,- (huur, flexibel krediet ABN AMRO Bank en overige schulden) verlaagd naar € 866,- (de maandlasten van de bij ING Bank afgesloten hypothecaire lening). Ten tijde van de financiering van de woning was [appellant sub 1] werkzaam in loondienst, waarmee hij ongeveer € 1.675,- netto per maand verdiende. Volgens de ter zitting van het hof gegeven verklaring had [appellant sub 1] net promotie gemaakt en een vast dienstverband gekregen. Tot het gezinsinkomen behoorden ook door [appellant sub 2] gegenereerde inkomsten uit werkzaamheden in de horeca.
Nadat hij in juni 2008 was ontslagen, is [appellant sub 1] per 1 september 2008 bij een andere werkgever in dienst getreden. Zijn inkomsten bedroegen ongeveer € 1.775,- netto per maand. Per 1 mei 2009 is het contract van [appellant sub 1] bij die werkgever vanwege economische omstandigheden beëindigd. Vervolgens heeft [appellant sub 1] een WW-uitkering ontvangen van
€ 1.115,20 netto per vier weken. In november 2009 is [appellant sub 1] via een uitzendbureau bij een bedrijf in Haaksbergen gaan werken en daarna bij een bedrijf in Oldenzaal. Bij dat laatste bedrijf verdient [appellant sub 1] volgens de Verklaring Schuldsanering van 19 november 2012
€ 1.661,58 netto per maand. Naar [appellant sub 1] ter zitting van het hof heeft verklaard, raakt hij eind april 2013 zijn baan kwijt en zal hij, mocht hij nog geen ander werk hebben gevonden, (andermaal) zijn aangewezen op een WW-uitkering.
[appellant sub 2] is nog steeds parttime werkzaam in de horeca. Haar inkomen varieert naar eigen zeggen tussen € 200,- en € 500,- netto per maand. [appellant sub 2] probeert bij haar huidige werkgever extra uren te verkrijgen en solliciteert volgens haar ter zitting van het hof gegeven verklaring daarnaast naar werk in de avonduren in de schoonmaak en in de zorg.
De woning van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] is in 2012 executoriaal verkocht, met als opbrengst een bedrag van € 99.000,-. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] bewonen thans een huurwoning voor € 479,- per maand.