ECLI:NL:GHARL:2013:BZ8580
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen proceskostenvergoeding bij WOZ-beschikking en aanslag OZB
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een WOZ-beschikking en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting. De Heffingsambtenaar stelde de waarde van de woning vast op € 526.000, welke na bezwaar werd verlaagd tot € 461.000. De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ontvankelijk en veroordeelde de Heffingsambtenaar tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in bezwaar en beroep.
De Heffingsambtenaar stelde hoger beroep in en betwistte de ontvankelijkheid van het beroep en de toekenning van proceskostenvergoeding, onder meer vanwege een ‘no cure, no pay’-afspraak tussen belanghebbende en haar gemachtigde en de toepassing van wegingsfactoren. Belanghebbende voerde aan dat zij wel degelijk belang had en dat de kosten van het deskundigenrapport vergoed moesten worden.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende terecht ontvankelijk was in het beroep, ook onder verwijzing naar de ‘no cure, no pay’-afspraak. De Heffingsambtenaar beschikte over voldoende informatie om het verzoek om vergoeding te beoordelen. De door de Rechtbank toegepaste wegingsfactoren werden grotendeels bevestigd, met een aanpassing van de factor in de beroepsfase. Het Hof wees het bezwaar tegen vergoeding van het taxatierapport af en stelde de proceskosten in bezwaar, beroep en hoger beroep vast op respectievelijk € 337, € 437 en € 472.
De uitspraak vernietigt het vonnis van de Rechtbank voor zover het de proceskosten betreft, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt de Heffingsambtenaar tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende in alle fases van de procedure.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Heffingsambtenaar wordt ongegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van belanghebbende gegrond, en de Heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in bezwaar, beroep en hoger beroep.