ECLI:NL:GHARL:2013:BZ9337
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens poging tot doodslag met hamer in Occupy-kamp; beroep op noodweer gehonoreerd
In hoger beroep is het vonnis van de rechtbank Utrecht vernietigd omdat het hof tot een andere bewijsbeslissing kwam. Verdachte werd ten laste gelegd dat hij op 5 maart 2012 in Utrecht met een hamer meerdere keren op het hoofd van het slachtoffer had geslagen met het oogmerk om het leven van het slachtoffer te beroven, hetgeen niet voltooid werd.
Het hof oordeelde dat de tent waarin verdachte verbleef als woning moest worden aangemerkt, waardoor de zonder toestemming uitgevoerde doorzoeking onrechtmatig was en het aangetroffen bewijs (een hamer) uitgesloten moest worden. Desondanks kon op basis van andere stukken wettig en overtuigend worden vastgesteld dat verdachte met een hamer had geslagen. De verdediging voerde aan dat onvoldoende bewijs bestond over de zwaarte van de hamer, wat relevant was voor het aannemen van poging tot doodslag, maar dit werd verworpen.
Verdachte stelde zich op het standpunt van noodweer, omdat hij zich verdedigde tegen een aanval van het slachtoffer met een vermoedelijk mes. Het hof vond het aannemelijk dat verdachte zich proportioneel verdedigde met twee slagen met de hamer, die hij al in zijn hand had omdat hij tentharingen aan het slaan was. Het hof achtte het bewezenverklaarde niet strafbaar en ontsloeg verdachte van alle rechtsvervolging.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen wegens het ontbreken van schuld van verdachte. Verder werd de hamer verbeurd verklaard en bepaalde het hof dat het stanleymes aan verdachte werd teruggegeven, terwijl andere in beslag genomen voorwerpen in bewaring werden gesteld ten behoeve van de rechthebbende.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens noodweer ondanks bewezen poging tot doodslag met een hamer.