ECLI:NL:GHARL:2013:BZ9374
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettelijke grondslag voor vordering inzage rittenstaat taxi
Verdachte werd verdacht van het opzettelijk niet voldoen aan een vordering tot inzage van zijn rittenstaat, gedaan door een hoofdagent van politie tijdens controle van een taxi op een parkeerplaats voor vergunninghouders. De vordering zou zijn gebaseerd op artikel 19 Wet Pro op de economische delicten, artikel 87 lid 2 Wet Pro personenvervoer 2000 en/of artikel 5:17 Algemene Pro wet bestuursrecht.
Het hof oordeelde dat het proces-verbaal onvoldoende duidelijk maakte waarop de vordering steunde en dat artikel 19 WED Pro niet de bevoegdheid geeft voor controle, maar voor opsporing. Ook artikel 87 lid 2 Wet Pro personenvervoer kent geen toezichtsbevoegdheid toe. Alleen artikel 5:17 Awb Pro verleent inzagebevoegdheid, maar deze mag slechts worden gebruikt voor zover redelijkerwijs nodig voor de taak, en het onderzoek naar foutparkeren was al afgerond.
Daarom kon verdachte zich niet bewust zijn van een wettelijke grondslag voor de vordering en is hij vrijgesproken van zowel het primair als subsidiair ten laste gelegde. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettelijke grondslag voor de vordering tot inzage van de rittenstaat.