ECLI:NL:GHARL:2013:CA0176
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schorsing van geding wegens overlijden procespartij en bewijslevering in civiele procedure
In deze civiele zaak behandelt het hof Arnhem-Leeuwarden de vraag of het geding geschorst moet worden vanwege het overlijden van een procespartij. De advocaat van de overleden partij had een brief gestuurd met het verzoek tot schorsing, maar deze voldeed niet aan de formele eisen zoals gesteld in artikel 225 lid 1 en Pro 2 Rv. Hierdoor wordt het geding voortgezet op naam van de wijlen partij.
Het hof wijst erop dat de brief niet als een akte ter rolle kan worden aangemerkt, mede omdat de personalia van de erfgenamen ontbraken. Vervolgens wordt een comparitie van partijen gelast, waarbij onder meer zal worden besproken of de appellant het opgedragen bewijs alsnog wenst te leveren.
Het hof verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank Groningen en een tussenarrest waarin bewijsopdrachten zijn gegeven. Er wordt een mogelijkheid geboden tot het benoemen van een deskundige voor het vaststellen van het aangebrachte stucwerk, met een voorschot op de kosten door appellant. De procedure wordt voortgezet met het oog op een mogelijke minnelijk regeling of nadere bewijslevering.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing af en gelast voortzetting van de procedure met bewijslevering en comparitie.