ECLI:NL:GHARL:2013:CA0374
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kwalificatie arbeidsrelatie en VAR-verklaring voor trainer hockeyvereniging
Belanghebbende, werkzaam als trainer en coach bij een hockeyvereniging en daarnaast actief in marketing en advies, had voor 2011 een VAR-aanvraag ingediend. De Inspecteur verstrekte voor een deel van de werkzaamheden een VAR-loon en voor een ander deel een VAR-ROW, wat belanghebbende betwistte. De rechtbank oordeelde in eerste aanleg in het voordeel van belanghebbende, maar de Inspecteur ging in hoger beroep.
Het Hof onderzocht de aard van de werkzaamheden en de arbeidsrelatie tussen belanghebbende en de hockeyvereniging. Uit de overeenkomst van opdracht en de feitelijke uitvoering bleek dat belanghebbende zijn werkzaamheden zelfstandig verrichtte, met ondernemersrisico en zonder dat sprake was van een gezagsverhouding die een dienstbetrekking zou rechtvaardigen.
Het Hof concludeerde dat de verschillende werkzaamheden samen een onderneming vormen en dat de Inspecteur de VAR-verklaring ten onrechte had gesplitst. De rangorderegel van de Wet inkomstenbelasting brengt mee dat winst uit onderneming voorrang heeft op loon uit dienstbetrekking bij de heffing. Het Hof vernietigde de eerdere uitspraken en beschikkingen en bepaalde dat alle werkzaamheden als winst uit onderneming (VAR-WUO) moeten worden aangemerkt.
Uitkomst: Het Hof oordeelt dat alle werkzaamheden van belanghebbende als winst uit onderneming moeten worden aangemerkt en vernietigt de eerdere beschikkingen.