ECLI:NL:GHARL:2013:CA0428
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep medeplichtigheid inbraak en opzetheling buit supermarkt
Verdachte stond in eerste aanleg terecht voor betrokkenheid bij een inbraak in een supermarkt en het helen van de buit. Het hof oordeelt dat verdachte niet schuldig is aan het primair tenlastegelegde, omdat hij wel wilde deelnemen aan de inbraak maar daartoe niet in de gelegenheid werd gesteld, waardoor geen nauwe en bewuste samenwerking is aangetoond.
Wel is bewezen dat verdachte medeplichtig is aan de inbraak door het opzettelijk ter beschikking stellen van middelen die door de hoofdplegers zijn gebruikt, en dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling van een deel van de buit, waaronder sigaretten en scheermesjes. De inbraak werd professioneel uitgevoerd met aanzienlijke schade en buit van meer dan €43.000.
Het hof neemt de bewijsconstructie van de rechtbank over maar trekt een andere conclusie. Verdachte wordt veroordeeld tot 14 maanden gevangenisstraf, waarbij rekening wordt gehouden met de ernst van de feiten, zijn recidive, gebrek aan verantwoordelijkheid en het feit dat hij niet is verschenen bij zittingen en zich niet aan schorsingsvoorwaarden heeft gehouden.
De straf is ongewijzigd ten opzichte van de rechtbank, ondanks het verschil in bewezenverklaring. Het hof acht de straf passend gelet op de impact van de feiten op de slachtoffers en de samenleving, en de houding van verdachte die geen plannen toont om zijn toekomst te verbeteren.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 14 maanden gevangenisstraf voor medeplichtigheid aan inbraak en opzetheling van de buit.