ECLI:NL:GHARL:2013:CA0467
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Herziening
- I.A. Katz-Soeterboek
- G.P.M. van den Dungen
- H.M. Wattendorff
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schijn van volmachtverlening en aansprakelijkheid bij banktransacties
In deze civiele procedure staat de vraag centraal of ING Bank terecht heeft vertrouwd op de volmachtverlening door Bera Holding aan een derde, [Y], voor het doen van betalingsopdrachten namens Bera Holding. ING Bank had meerdere overboekingen uitgevoerd op basis van instructies van [Y], terwijl Bera Holding deze betalingen betwistte.
De zaak werd na een arrest van de Hoge Raad opnieuw behandeld door het hof Arnhem-Leeuwarden. Het hof baseerde zich op feiten vastgesteld door de rechtbank en het hof Amsterdam, die niet in cassatie waren bestreden. Het hof oordeelde dat ING Bank gerechtvaardigd was te vertrouwen op de schijn van volmachtverlening, mede omdat Bera Holding niet tijdig protesteerde tegen de overboekingen en de bankafschriften bewust naar het bedrijfsadres van vennootschappen van [Y] liet sturen.
Verder overwoog het hof dat Bera Holding haar verplichting tot tijdige controle en melding van onjuistheden niet nakwam, waardoor ING Bank niet hoefde te onderzoeken of de controle elders plaatsvond. De vorderingen van Bera Holding werden afgewezen, het vonnis van de rechtbank vernietigd en Bera Holding veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van Bera Holding af en veroordeelt haar in de proceskosten.