ECLI:NL:GHARL:2013:CA0898
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake aansprakelijkheid voor vennootschapsbelasting na aandelenoverdracht
Belanghebbende was directeur en enig aandeelhouder van een vennootschap die in 2003 een bedrijfspand verkocht en vervolgens de aandelen overdroeg aan een koper. De vennootschap kreeg een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting opgelegd die onbetaald bleef. De ontvanger stelde belanghebbende aansprakelijk voor het niet-betaalde bedrag van €144.112 op grond van artikel 40 Invorderingswet Pro 1990.
Na eerdere procedures en een verwijzingsarrest van de Hoge Raad werd het geschil door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandeld. Het hof beoordeelde of aan de voorwaarden voor aansprakelijkheid was voldaan en of belanghebbende kon bewijzen dat het niet aan hem te wijten was dat het vermogen van de vennootschap ontoereikend was.
Het hof oordeelde dat belanghebbende aannemelijk had gemaakt dat hij niet aansprakelijk was voor het bedrag van €83.515 dat hij via een kwaliteitsrekening had gestort ter zekerheid van betaling. Voor het resterende bedrag van €60.961 was hij wel aansprakelijk. Ook werd geoordeeld dat de ontvanger niet eerst de vereffenaar hoefde aan te spreken en dat de navorderingsaanslag terecht was opgelegd. Het hof veroordeelde de ontvanger in de proceskosten van belanghebbende en bepaalde dat griffierechten worden vergoed.
Uitkomst: De aansprakelijkstelling van belanghebbende wordt verminderd tot €60.961 en de ontvanger wordt veroordeeld in de proceskosten.