ECLI:NL:GHARL:2013:CA0919
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Ch.E. Bethlem
- F.J.P. Lock
- A.S. Gratama
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder voor onbehoorlijke taakvervulling bij woningbouwcorporatie
Appellant was van 2003 tot 2008 enig bestuurder van een landelijke woningbouwcorporatie gericht op seniorenhuisvesting. Tijdens zijn bestuursperiode werden veertig projecten aanbesteed, waarvan elf met Schmetz-vennootschappen, waarbij ruim 180 miljoen euro werd geïnvesteerd. Na meldingen van klokkenluiders volgde een onderzoek door de Inlichtingen- en Opsporingsdienst (IOD) en PriceWaterhouseCooper (PWC), wat leidde tot strafrechtelijke vervolging en een veroordeling van appellant tot drie jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van oplichting, valsheid in geschrift en witwassen.
De Stichting vorderde in civiele procedure aansprakelijkheid van appellant voor de door haar geleden schade wegens onbehoorlijke taakvervulling. Het hof stelt vast dat appellant onvoldoende gemotiveerd verweer heeft gevoerd tegen de onderbouwde stellingen van de Stichting, mede gelet op het strafvonnis. Het hof oordeelt dat appellant een ernstig verwijt kan worden gemaakt in de zin van artikel 2:9 BW Pro en aansprakelijk is voor de schade veroorzaakt door de elf projecten met Schmetz-vennootschappen.
Wel wordt het vonnis vernietigd voor zover het aansprakelijkheid toewijst voor zogenaamde dubieuze transacties, omdat de Stichting dit onvoldoende heeft onderbouwd. Verder worden de proceskosten aan appellant opgelegd. Het hof bekrachtigt het overige vonnis en wijst het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Appellant is aansprakelijk voor onbehoorlijke taakvervulling en moet een voorschot op schadevergoeding en proceskosten betalen, behalve voor dubieuze transacties.