ECLI:NL:GHARL:2013:CA1144
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Y.A.J.M. van Kuijck
- W.R. Rosingh
- P.L.M. van Gorkom
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en vermindering wederrechtelijk verkregen voordeel in ontnemingszaak Eco Brasil
In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de rechtbank Zutphen vernietigd en zelf recht gedaan. De zaak betreft de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel door de veroordeelde, die leiding gaf aan Eco Brasil BV, een bedrijf dat zich schuldig maakte aan grootschalige oplichting en overtreding van financiële toezichtwetten.
Het hof heeft het financieel voordeel geschat op €998.214,46, waarbij diverse posten van privé-opnamen, uitbetalingen via bankrekeningen en betalingen via betaalschema's zijn betrokken. Daarbij heeft het hof een aantal posten buiten beschouwing gelaten die niet aannemelijk als privévoordeel konden worden toegerekend. Tevens is rekening gehouden met het feit dat de veroordeelde voor de periode na 1 mei 2001 is ontslagen van alle rechtsvervolging.
De verdediging voerde onder meer aan dat het dossier onzorgvuldig was samengesteld en dat er geen volledige inzage was geweest in de administratie, maar het hof verwierp deze verweren. Ook werd de overschrijding van de redelijke termijn erkend, waarop het hof een compensatie toepaste door het ontnemingsbedrag te verlagen met €10.000.
Het hof legde de verplichting op aan de veroordeelde om €988.200 aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit arrest is gewezen na uitgebreide behandeling in hoger beroep en is gebaseerd op een gedetailleerd financieel onderzoek en diverse verklaringen.
Uitkomst: Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €998.214,46 en legt een betalingsverplichting van €988.200 aan de Staat op wegens overschrijding van de redelijke termijn.