ECLI:NL:GHARL:2013:CA2645
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Uitleg cao-bepaling over afwijking van wettelijke ketenregeling arbeidsovereenkomsten
In deze zaak stond de uitleg van een cao-bepaling centraal die afwijkt van de wettelijke regeling omtrent opeenvolgende arbeidsovereenkomsten zoals vastgelegd in artikel 7:668a lid 1 BW en artikel 7:691 lid 1 BW Pro. De geïntimeerde was jarenlang via uitzendovereenkomsten werkzaam bij ABN AMRO, waarna zij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kreeg. Na mededeling van niet-verlenging vorderde zij wedertewerkstelling en betaling van achterstallig loon.
De voorzieningenrechter veroordeelde ABN AMRO tot wedertewerkstelling en betaling van loon. ABN AMRO ging in hoger beroep en betwistte de uitleg van de cao-bepaling die bepaalt dat uitzend- en detacheringsperiodes binnen het halfjaar voorafgaand aan de eerste arbeidsovereenkomst niet worden meegerekend in de ketenregeling.
Het hof oordeelde dat de cao-bepaling inderdaad inhoudt dat kortlopende uitzendovereenkomsten binnen zes maanden voorafgaand aan de arbeidsovereenkomst buiten beschouwing blijven, maar dat langere uitzendovereenkomsten wel meetellen. Deze uitleg leidt tot een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde ABN AMRO in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat de cao-bepaling inhoudt dat kortlopende uitzendovereenkomsten binnen zes maanden voorafgaand aan de arbeidsovereenkomst buiten beschouwing blijven, waardoor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan.