ECLI:NL:GHARL:2013:CA3241

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 juni 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
200.123.440/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:192 BWArt. 4:193 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek machtiging verwerping nalatenschap minderjarige met negatieve boedel

De zaak betreft een verzoek van [X], wettelijk vertegenwoordiger van een minderjarige, om machtiging te verkrijgen om namens de minderjarige de nalatenschap van de overleden erflater te verwerpen. De nalatenschap heeft een negatief saldo, bestaande uit een kleine bankrekeningschuld en een aanzienlijke schuld aan een kredietmaatschappij.

De kantonrechter had eerder geweigerd deze machtiging te verlenen. In hoger beroep stelt [X] dat deze weigering onterecht is. Het hof constateert echter dat [X] zich niet heeft uitgelaten over zijn eigen verwerping van de nalatenschap in privé, noch over het verstrijken van de wettelijke termijn van drie maanden voor verwerping door de minderjarige.

Daarom stelt het hof [X] in de gelegenheid om binnen twee weken nadere informatie te verstrekken over deze punten. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat deze informatie is ontvangen. Het hof benadrukt hiermee het belang van het naleven van de wettelijke termijnen en voorwaarden bij beneficiaire aanvaarding en verwerping van nalatenschappen door minderjarigen.

Uitkomst: Beslissing aangehouden en verzoeker in de gelegenheid gesteld nadere informatie te verstrekken over verwerping nalatenschap.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.123.440/01
(zaaknummer rechtbank Assen 359103 / EN VERZ 12-7287)
beschikking van de tweede kamer voor burgerlijke zaken van 14 juni 2013
[X],
in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van
[de minderjarige],
geboren op [geboortedatum],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: de minderjarige,
verzoeker,
in eerste aanleg: verzoeker,
hierna te noemen: [X],
advocaat: mr. L.C. van der Veer, kantoorhoudende te Meppel.
Het procesverloop
Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 14 maart 2013, is [X] in hoger beroep gekomen van de beschikking d.d. 17 december 2012 van de rechtbank Assen, sector kanton, locatie Assen, hierna te noemen de kantonrechter.
Het verzoek van [X] in hoger beroep strekt - naar het hof begrijpt - ertoe om de hiervoor genoemde beschikking, hierna te noemen de beroepen beschikking, te vernietigen en alsnog aan [X] machtiging te verlenen om namens de minderjarige de nalatenschap van [de erflater], hierna te noemen de erflater, te verwerpen.
Verzoeker heeft aan het hof te kennen gegeven dat hij geen prijs stelt op een mondelinge behandeling van het verzoek.
De beoordeling
1. De feiten
Aan het verzoek van [X] als oorspronkelijk verzoeker zijn de volgende feiten ten grondslag gelegd:
(i) De erflater is geboren te [woonplaats] op [geboortedatum] en overleden te [plaats], terwijl [woonplaats] zijn laatste woonplaats was, op 7 oktober 2012.
(ii) De minderjarige behoort tot degenen die als erfgenaam tot de nalatenschap van erflater zijn geroepen mits [X], zijn vader en wettelijk vertegenwoordiger, in privé de nalatenschap van de erflater heeft verworpen.
(iii) Het saldo van de nalatenschap is negatief. De nalatenschap bestaat uit een negatief saldo op rekening nummer [rekeningnummer] ten belope van € 393,65 en een schuld aan de kredietmaatschappij LaSer ten belope van € 31.138,12.
2. Met betrekking tot de grief:
2.1 In de stellingen van [X] ligt de grief besloten dat de kantonrechter ten onrechte geen machtiging heeft verleend om de nalatenschap van de erflater te verwerpen.
2.2 Het hof constateert dat [X] zich er in hoger beroep niet over heeft uitgelaten of hij, in privé, inmiddels de nalatenschap van de erflater heeft verworpen.
2.3 Het hof constateert voorts dat [X] zich er in hoger beroep niet over heeft uitgelaten of de in art. 4:193 lid 1 tweede Pro zin BW bedoelde termijn van drie maanden, te rekenen van het tijdstip waarop de nalatenschap of een aandeel daarin de minderjarige als erfgenaam toekomt, eventueel na één of meer verlengingen op de voet van art. 4:193 lid 1 derde Pro zin BW in verbinding met art. 4:192 lid 2 tweede Pro zin BW, al dan niet is verstreken (vgl. Parl. Gesch. Inv. Boek 4, p. 2196; Hof Amsterdam 29 januari 2013, BZ0802).
2.4 Alvorens verder te beslissen, zal het hof [X] in de gelegenheid stellen om zich over hetgeen in de rechtsoverwegingen 2.2 en 2.3 is overwogen, uit te laten.
Beslissing
Het hof:
stelt [X] in de gelegenheid om zich uiterlijk twee weken na heden uit te laten als bedoeld in rechtsoverweging 2.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Aldus gegeven door mrs. W. Breemhaar, voorzitter, M.E.L. Fikkers en G. K. Schipmölder, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van vrijdag 14 juni 2013 in bijzijn van de griffier.