ECLI:NL:GHARL:2013:CA3386
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsende werking van hoger beroep tegen beschikking voorlopig getuigenverhoor
In deze zaak is het hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Utrecht waarbij een voorlopig getuigenverhoor is gelast op verzoek van de gedaagde partij. De eiser verzocht tevens om schorsende werking van het hoger beroep, ondanks dat de beschikking niet uitvoerbaar bij voorraad was verklaard vanwege een appelverbod.
De gedaagde betwistte het belang van de eiser bij het verzoek om schorsing en stelde dat het appelverbod niet doorbroken kon worden. Het Aartsbisdom, als verweerder, liet weten zich te beroepen op het oordeel van het hof.
Het hof overwoog dat artikel 360 lid 1 Rv Pro bepaalt dat hoger beroep de werking schorst tenzij de beschikking uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, hetgeen hier niet het geval was. Hoewel het appelverbod van artikel 188 lid 2 Rv Pro normaal gesproken een uitvoerbaarverklaring in de weg staat, kan dit appelverbod onder omstandigheden worden doorbroken. Het hof constateerde dat de eiser gemotiveerd gronden aanvoerde om het appelverbod te doorbreken en dat er geen sprake was van misbruik van recht.
Daarom heeft het hoger beroep van rechtswege schorsende werking. Het hof zag geen aanleiding om het verzoek om schorsing verder te beoordelen en sprak geen proceskostenveroordeling uit.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de beschikking tot het voorlopig getuigenverhoor heeft schorsende werking.