ECLI:NL:GHARL:2013:CA3789
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.A.W. Lensing
- F.A.M. Bakker
- J.A. Coster van Voorhout
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging woninginbraak met braak en inklimming
Verdachte werd beschuldigd van poging tot inbraak in een woning met het oogmerk tot wederrechtelijke toeëigening van sieraden en andere goederen. De tenlastelegging betrof het gebruik van braak en inklimming middels een ladder en een raamuitzet-ijzer.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij omdat het bewijs onvoldoende was om buiten redelijke twijfel vast te stellen dat verdachte de inbraak heeft gepleegd. Hoewel er een gedeeltelijke handpalmafdruk van verdachte op de gebruikte ladder werd aangetroffen en schoensporen werden gevonden die mogelijk van zijn schoenen afkomstig konden zijn, achtte het hof deze sporen onvoldoende bewijs vanwege de mogelijkheid dat de ladder eerder was gestolen en de schoenen ook door anderen konden zijn gedragen.
De verdediging voerde aan dat het zwijgrecht van verdachte niet tegen hem mocht worden gebruikt als bewijs. Het hof onderschreef dit en oordeelde dat het zwijgen niet automatisch wijst op schuld. De in beslag genomen goederen werden deels teruggegeven aan verdachte en deels in bewaring gegeven aan de rechthebbenden. De verbeurdverklaring van schoenen werd opgeheven vanwege de vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor poging tot woninginbraak.