Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
Het geding in het principaal en het incidenteel hoger beroep
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De vader is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland waarin zijn verzoek tot gezamenlijk gezag en een zorgregeling voor zijn minderjarige kind werd afgewezen. Tevens verzocht hij om een informatieverplichting voor de moeder.
De moeder heeft incidenteel hoger beroep ingesteld tegen het verzoek tot omgangsregeling. De ouders hebben een slechte verstandhouding en de moeder heeft ernstige angsten voor de vader, mede door eerdere mishandeling. Het kind verblijft bij de moeder en weet niet wie zijn vader is.
Het hof oordeelt dat het gezamenlijk gezag niet kan worden toegewezen vanwege het reële risico dat het kind klem komt te zitten tussen de ouders, wat de ontwikkeling van het kind negatief zou beïnvloeden. Ook wijst het hof het verzoek tot omgangsregeling af, mede vanwege de detentie van de vader en het ontbreken van geschikte omstandigheden.
De moeder dient de vader eenmaal per zes maanden schriftelijk te informeren over gewichtige aangelegenheden van het kind, maar niet frequenter vanwege de spanningen tussen ouders. Het hof bekrachtigt de eerdere beschikkingen en wijst het overige verzoek af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot gezamenlijk gezag en omgangsregeling af en bekrachtigt de eerdere beschikkingen.