ECLI:NL:GHARL:2014:10204
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van rijden onder invloed van alcohol
De verdachte stond terecht voor het besturen van een voertuig onder invloed van alcohol met een ademalcoholgehalte boven de wettelijke limiet op of omstreeks 8 maart 2012 te Harderwijk. Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd omdat het tot een andere strafoplegging kwam en besloot opnieuw recht te doen.
Tijdens de terechtzitting heeft het hof vastgesteld dat er geen overtuigend bewijs is dat de verdachte daadwerkelijk als bestuurder heeft gereden. Dit komt mede doordat het dossier volstrekt onleesbare stukken bevat en het digitale dossier niet beschikbaar was voor het hof.
De advocaat-generaal had een vordering ingediend die na voorlezing aan het hof werd overgelegd. Het hof heeft deze vordering gevolgd en verklaart dat het niet bewezen is dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. De verdachte wordt daarom vrijgesproken van de tenlastelegging van rijden onder invloed van alcohol.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 10 december 2014, waarbij de griffier E.A. von Meijenfeldt aanwezig was.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij als bestuurder heeft gereden onder invloed van alcohol.