ECLI:NL:GHARL:2014:10204

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
10 december 2014
Publicatiedatum
30 december 2014
Zaaknummer
21-002377-14
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 Wegenverkeerswet 1994Art. 422 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van rijden onder invloed van alcohol

De verdachte stond terecht voor het besturen van een voertuig onder invloed van alcohol met een ademalcoholgehalte boven de wettelijke limiet op of omstreeks 8 maart 2012 te Harderwijk. Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd omdat het tot een andere strafoplegging kwam en besloot opnieuw recht te doen.

Tijdens de terechtzitting heeft het hof vastgesteld dat er geen overtuigend bewijs is dat de verdachte daadwerkelijk als bestuurder heeft gereden. Dit komt mede doordat het dossier volstrekt onleesbare stukken bevat en het digitale dossier niet beschikbaar was voor het hof.

De advocaat-generaal had een vordering ingediend die na voorlezing aan het hof werd overgelegd. Het hof heeft deze vordering gevolgd en verklaart dat het niet bewezen is dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. De verdachte wordt daarom vrijgesproken van de tenlastelegging van rijden onder invloed van alcohol.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 10 december 2014, waarbij de griffier E.A. von Meijenfeldt aanwezig was.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij als bestuurder heeft gereden onder invloed van alcohol.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-002377-14
Uitspraak d.d.: 10 december 2014
TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de enkelvoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland van 18 oktober 2013 met parketnummer 96-142375-12 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [woonplaats].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 10 december 2014, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 8 maart 2012 te Harderwijk als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 510 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Er kan niet worden geconstateerd of verdachte heeft gereden aangezien er zich volstrekt onleesbare stukken in het dossier bevinden. Het hof heeft niet de beschikking over het digitale dossier. Het hof zal overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal de verdachte vrijspreken nu niet valt vast te stellen of betrokkene als bestuurder van een voertuig is opgetreden of welk promillage het alcoholgehalte van betrokkenes adem was.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr R. de Groot, lid van de enkelvoudige strafkamer,
in tegenwoordigheid van E.A. von Meijenfeldt, griffier,
en op 10 december 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.