ECLI:NL:GHARL:2014:10209

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
30 december 2014
Publicatiedatum
30 december 2014
Zaaknummer
200.156.217-01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 123 lid 1 RvArt. 123 lid 2 RvArt. 353 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van instantie wegens niet-stellen advocaat in hoger beroep

In deze civiele zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de kantonrechter. De appellant heeft echter op de eerst dienende dag geen advocaat gesteld, ondanks meerdere termijnen die het hof heeft gegeven om dit alsnog te doen.

Het hof heeft vastgesteld dat appellant geen gebruik heeft gemaakt van de geboden gelegenheid tot herstel van het verzuim. Op grond van artikel 123 lid 2 Rv Pro in samenhang met artikel 353 lid 1 Rv Pro wordt appellant daarom ontslagen van de instantie, wat betekent dat het hoger beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Daarnaast wordt appellant veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep, waarbij het salaris van de advocaat van geïntimeerde en de verschotten worden vastgesteld. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en op 30 december 2014 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Appellant wordt ontslagen van de instantie wegens het niet tijdig stellen van een advocaat en veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.156.217/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 2757125 \ CV EXPL 14-1209)
arrest van de eerste kamer van 30 december 2014 in de zaak van:
[appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant,
in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiser in reconventie,
hierna:
[appellant],
niet verschenen,
tegen
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
hierna:
[geïntimeerde],
advocaat: mr. S.A. Roodhof, kantoorhoudend te Grou.

1.Het geding in eerste instantie

1.1
In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen van 19 november 2013 en 10 juni 2014 van de rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, locatie Leeuwarden (hierna: de kantonrechter).

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Bij exploot van 9 september 2014 is door [appellant] hoger beroep ingesteld van voormeld vonnis van de kantonrechter van 10 juni 2014, met dagvaarding van [geïntimeerde] tegen de zitting van 3 februari 2015. De conclusie van de appeldagvaarding strekt tot vernietiging van het bestreden vonnis, afwijzing van de vordering van [geïntimeerde], toewijzing van de vordering van [appellant] en veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten in beide instanties.
2.2
[geïntimeerde] heeft bij exploot van anticipatie van 11 september 2014 de eerst dienende dag vervroegd naar 23 september 2014.
2.3
Op de eerst dienende dag heeft zich namens [appellant] geen advocaat gesteld.
2.4
Aan [appellant] is daarop, conform het bepaalde in art. 123 lid 1 Rv Pro, gelegenheid gegeven om binnen een door het hof gestelde termijn alsnog advocaat te stellen. De zaak is hiervoor op de rol van geplaatst van 7 oktober 2014 en 28 oktober 2014, maar op die data heeft zich geen advocaat gesteld voor [appellant]. Vervolgens is de zaak verwezen naar de rol van 13 oktober 2015 voor het stellen van een advocaat door [appellant], ambtshalve peremptoir.
2.5
Op verzoek van de advocaat van [geïntimeerde] is de zaak vervroegd naar de rol van 18 november 2014. Op deze roldatum heeft zich voor [appellant] geen advocaat gesteld en heeft [geïntimeerde] arrest gevraagd.
2.6
Op de rol van 2 december 2014 heeft [geïntimeerde] niet de gedingstukken voor het wijzen van arrest gefourneerd. Het hof zal derhalve arrest wijzen op het griffiedossier.

3.De beoordeling

3.1
Het hof stelt vast dat [appellant] binnen de hem gegeven termijn geen gebruik heeft gemaakt van de geboden gelegenheid tot herstel van het verzuim van advocaatstelling. Ingevolge het bepaalde in art. 123 lid 2 Rv Pro in samenhang met art. 353 lid 1 Rv Pro zal [geïntimeerde] daarom van de instantie worden ontslagen.
3.2
[appellant] moet in hoger beroep worden beschouwd als de in het ongelijk te stellen partij. Het hof zal [appellant] dan ook veroordelen in de kosten van het geding in hoger beroep (salaris advocaat: ½ punt in tarief I).
De beslissing
Het hof, rechtdoende in hoger beroep:
ontslaat [geïntimeerde] van de instantie (de procedure in hoger beroep);
veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep en stelt die kosten aan de zijde van [geïntimeerde] tot aan deze uitspraak vast op € 316,00 aan geliquideerd salaris voor de advocaat en op € 398,27 aan verschotten.
Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. L. Groefsema en mr. A.M. Koene, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 30 december 2014.