ECLI:NL:GHARL:2014:1094

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 februari 2014
Publicatiedatum
14 februari 2014
Zaaknummer
200.132.104-01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegd gedane intrekking in familierecht kan niet worden teruggedraaid

In deze zaak stond een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, centraal die door de vrouw in hoger beroep werd aangevochten. Zij verzocht het hof de beschikking te vernietigen en opnieuw te beschikken volgens haar petitum. De man stelde zich in een verweerschrift op en stelde tevens incidenteel hoger beroep in met een eigen petitum.

Tijdens de procedure dienden beide partijen meerdere schriftelijke stukken in, waaronder een brief met bijlagen van de advocaat van de man. Op 7 februari 2014 vond een comparitie van partijen plaats voor een raadsheer-commissaris, waarbij partijen een schikking bereikten. Hierdoor werden de wederzijds opgeworpen grieven en standpunten niet meer inhoudelijk behandeld.

Het hof concludeerde uit de schikking dat beide partijen de gronden van hun hoger beroep niet langer handhaafden. Gezien deze situatie wees het hof de verzoeken in hoger beroep af en bevestigde daarmee de eerdere beschikking. De uitspraak benadrukt dat een bevoegd gedane intrekking niet kan worden teruggedraaid, ook niet als deze voortkomt uit miscommunicatie tussen advocaat en cliënt.

Uitkomst: Het hof wijst de verzoeken in hoger beroep af na het bereiken van een schikking tussen partijen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.130.418/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden C/17/114122 FA RK 11-1307)
beschikking van de familiekamer van 13 februari 2014
inzake
[appellante],
wonende te [woonplaats],
appellante in het principaal hoger beroep,
geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,
hierna: de vrouw,
advocaat: mr. A. Szirmai, kantoorhoudend te Heerenveen,
tegen:
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde in het principaal hoger beroep,
appellant in het incidenteel hoger beroep,
hierna: de man,
advocaat: mr. F.P. van Dalen, kantoorhoudende te Leeuwarden.

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 17 april 2013, uitgesproken onder voormeld zaaknummer, en de in die procedure eerder gegeven beschikkingen.

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 17 juli 2013, is de vrouw in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking. Zij verzoekt het hof die beschikking te vernietigen en opnieuw te beschikken zoals in het petitum van dat beroepschrift is opgenomen, welk petitum als hier herhaald en ingelast geldt.
2.2
De man heeft op 16 september 2013 een verweerschrift ingediend en daarbij tevens incidenteel hoger beroep ingesteld tegen voornoemde beschikking. Hij heeft verzocht te beschikken zoals in het petitum van dat incidenteel beroepschrift is opgenomen, welk petitum als hier herhaald en ingelast geldt.
2.3
Tegen het incidenteel verzoek van de man heeft de vrouw op 30 oktober een verweerschrift ingediend.
2.4
Het hof heeft verder kennisgenomen van de overige stukken, waaronder een brief met bijlagen van mr. Van Dalen van 5 februari 2014.
2.5
Op 7 februari 2014 heeft ten overstaan van een raadsheer-commissaris een comparitie van partijen plaatsgevonden, ter gelegenheid waarvan partijen ene schikking hebben bereikt.

3.De motivering van de beslissing

3.1
Nu partijen blijkens het proces-verbaal van die zitting ter zitting van 7 februari 2014 een schikking hebben bereikt behoeven de wederzijds opgeworpen grieven en standpunten geen behandeling meer.
3.2
Het hof maakt uit de bereikte overeenstemming op dat appellanten elk voor zich de gronden van het hoger beroep niet handhaven. Dit brengt mee dat het hof de verzoeken in hoger beroep dient af te wijzen.

4.De beslissing

Het gerechtshof:
wijst de verzoeken in hoger beroep af.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. Jonkman, mr. J.D.S.L. Bosch en mr. A.H. Garos en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 13 februari 2014 in bijzijn van de griffier.