ECLI:NL:GHARL:2014:137
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Dijkstra
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep bestuursrechtelijke sanctie en proceskostenvergoeding
Betrokkene stelde beroep in tegen een bestuursrechtelijke sanctiebeslissing van de officier van justitie. De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de beslissing van de officier van justitie, maar wees het verzoek tot proceskostenvergoeding af vanwege geringe inhoud en omvang van de werkzaamheden.
Het hof oordeelt dat de officier van justitie het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat de verzuimbrief niet aan de gemachtigde is gezonden, waardoor betrokkene niet in de gelegenheid was gesteld de gronden van het beroep te geven. Dit maakt de vernietiging door de kantonrechter terecht, maar op andere gronden dan door hem aangevoerd.
Het hof bevestigt het oordeel van de kantonrechter over het beroep tegen de inleidende beschikking en wijst het bezwaar tegen eerdere uitspraken af. Wel wijst het hof het verzoek tot proceskostenvergoeding alsnog toe, omdat betrokkene door de vernietiging van de beslissing in het gelijk is gesteld en er geen sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.
De proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op €608,75, gebaseerd op de beroepsmatige rechtsbijstand in verschillende procesfasen en de toepasselijke wegingsfactoren volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Het arrest wordt uitgesproken door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarbij de advocaat-generaal wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: De advocaat-generaal wordt veroordeeld tot betaling van €608,75 aan proceskosten aan betrokkene wegens onterecht niet-ontvankelijk verklaren van het beroep.