Uitspraak
HET GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Locatie Leeuwarden
Beschikking op de incidentele verzoeken in de zaak van
[de vrouw],
de vrouw,
de man,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak gaat het om een geschil tussen partijen over de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden en de uitvoerbaarheid bij voorraad van een beschikking van 18 december 2012. De man had hoger beroep ingesteld tegen deze beschikking, en het hof had op 2 mei 2013 de uitvoerbaarheid bij voorraad geschorst.
De vrouw verzocht incidenteel om herroeping van deze schorsing en om betaling van een bedrag wegens goodwill en achterstanden, alsmede om exhibitie van bepaalde documenten door de man. Het hof beoordeelde deze verzoeken en oordeelde dat de schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad niet ongedaan kan worden gemaakt op grond van gewijzigde omstandigheden zonder een nieuw verzoek en beoordeling volgens artikel 360 lid 2 Rv Pro.
De vrouw stelde dat zij zonder inkomen zit en dat de man het hotel kan exploiteren, maar het hof vond deze stellingen onvoldoende concreet om de belangenafweging in haar voordeel te doen uitvallen. Ook het verzoek tot exhibitie werd afgewezen omdat de vrouw dit punt in eerste aanleg niet in hoger beroep had genomen en niet aannemelijk was dat de man de gevraagde stukken niet had overgelegd.
Het hof wees beide incidentele verzoeken af en handhaafde daarmee de schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad en de eerdere beslissing over de exhibitieplicht.
Uitkomst: Het hof wijst de incidentele verzoeken van de vrouw af en handhaaft de schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad.