Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
uiteen enveloppe heeft gehaald. Verder behoeft de grief geen behandeling.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellant was sinds 2000 in dienst bij PostNL en werd op 13 januari 2012 op staande voet ontslagen wegens het openen van zakelijke enveloppen en het wegnemen van inhoud, wat volgens PostNL een ernstige schending van het briefgeheim en het vertrouwen inhoudt.
Het ontslag volgde op verklaringen van collega’s en beveiligingsmedewerkers, alsmede camerabeelden waarop te zien was dat appellant enveloppen opende, voorwerpen eruit haalde en deze in een blauwe bak legde. Appellant ontkende de beschuldigingen, maar gaf geen onderbouwing voor zijn betwisting.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag terecht was en wees de vorderingen van appellant af. Het hof bevestigde dit oordeel, stelde dat het openen van zelfs één enveloppe een dringende reden voor ontslag op staande voet vormt en dat appellant onvoldoende tegenbewijs heeft geleverd. Het hoger beroep werd verworpen en appellant werd veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het ontslag op staande voet wegens het openen van poststukken en wijst het hoger beroep af.