Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in Indonesië gehuwd zonder huwelijksvoorwaarden. Na het huwelijk verbleven zij aanvankelijk in Indonesië, maar beoogden zich te vestigen in Duitsland waar de man zijn gewone verblijfplaats had. Het hof oordeelt dat de eerste gewone verblijfplaats na het huwelijk Duitsland is, waardoor Duits recht van toepassing is op de vermogensrechtelijke gevolgen van het huwelijk.
De man was in hoger beroep gekomen tegen de toepassing van Nederlands recht en het bevel tot verdeling van de gemeenschap van goederen. De vrouw kwam in incidenteel hoger beroep met een verzoek om partneralimentatie. Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft voor het alimentatieverzoek en dat Nederlands recht daarop van toepassing is.
De vrouw stelde diverse grieven aan de draagkracht van de man, waaronder kosten van panden en bijdragen aan een meerderjarige zoon. Het hof wijst deze grieven af, onder meer omdat de man de kosten aannemelijk maakte en de vrouw onvoldoende behoefte aannemelijk maakte.
Het hof vernietigt het bevel tot verdeling en stelt vast dat Duits recht van toepassing is, wijst het verzoek tot verdeling af, bekrachtigt de rest van de beschikking, compenseert de kosten en wijst het verzoek om partneralimentatie af.
Uitkomst: Duits recht is van toepassing op het huwelijksvermogensregime en het verzoek tot verdeling en partneralimentatie worden afgewezen.