Uitspraak
1.[appellant 1],
[appellant 1],
[appellant 2],
[appellanten],
[geïntimeerde],
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De verdere beoordeling: de feiten
3.De vordering en de beslissing in eerste aanleg
De grieven II en III
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond een geldvordering centraal die voortkwam uit een lening van geïntimeerde aan appellant, een exploitant van een café. Appellant had zijn bedrijf met inventaris verkocht aan een derde, waarbij de koopsom in twee termijnen betaald diende te worden. De tweede termijn van € 15.000,- werd niet voldaan, mede doordat de koper geen financiering kreeg vanwege een negatieve BKR-toets.
Appellant voerde in hoger beroep een verrekeningsverweer aan, stellende dat geïntimeerde garant zou staan voor de betaling van de tweede termijn en dat hij gerechtvaardigd mocht vertrouwen op deze garantie. Het hof stelde vast dat dit vertrouwen niet gerechtvaardigd was, mede omdat de verklaringen van getuigen en de omstandigheden geen voldoende grond boden voor een dergelijke garantie of toezegging.
Het hof verwierp ook de subsidiaire verweren van appellant, waaronder een beroep op onrechtmatige daad en redelijkheid en billijkheid, omdat hiervoor geen voldoende bewijs of grondslag aanwezig was. Het hof bekrachtigde daarom de vonnissen van de rechtbank en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en wijst het verrekeningsverweer af; appellant wordt veroordeeld in de kosten.