ECLI:NL:GHARL:2014:2676
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid verzet tegen strafbeschikking en terugwijzing naar rechtbank
In deze strafzaak heeft verdachte verzet ingesteld tegen een strafbeschikking van 2 juli 2012. De politierechter had dit verzet niet-ontvankelijk verklaard wegens vermeende termijnoverschrijding. Het hof oordeelt echter dat het verzet tijdig is ingesteld, omdat de termijn pas begon te lopen vanaf het moment dat verdachte bekend was met de strafbeschikking, namelijk na ontvangst van een herinneringsbrief op 10 december 2012.
Het hof baseert dit oordeel op het ontbreken van bewijs dat de strafbeschikking persoonlijk aan verdachte was uitgereikt en op de stukken en het verhandelde ter terechtzitting. De enkele vermelding dat de strafbeschikking naar het adres van verdachte was gestuurd, is onvoldoende om aan te nemen dat verdachte eerder op de hoogte was.
Daarom verklaart het hof het verzet ontvankelijk en wijst de zaak terug naar de rechtbank Midden-Nederland om de strafbeschikking alsnog te behandelen met inachtneming van dit arrest. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van het hof op 21 maart 2014.
Uitkomst: Het hof verklaart het verzet tegen de strafbeschikking ontvankelijk en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling.